Tags

, , , , , , , , , ,

Tuig van de richel, zo noemde de premier de intimiderende hangjongeren in Zaandam. Dit is het niveau van de huidige leider van Nederland; een corpsbal die popiejopie doet om streetwise over te komen. Ruige Rutte is echter niet bookwise genoeg om daarbij platvloerse, polariserende, stigmatiserende en vijandige taal te vermijden. Tragisch.

Reaguurderstaal
En wat is de reactie van een van die hangjongeren op de opmerking van Rutte? ‘Hij is zelf tuig van de politiek.’ Kijk, meneer Rutte, dat is wat u bereikt met uw stoere taal. Moeilijke jeugd die zich nog meer afkeert van u en uw bedrijf (de traditionele politiek), en van de samenleving.

Een slimme leider had geprobeerd zich bij die gastjes iets geliefder te maken. Een goede leider zou weten dat het in het belang van de hele samenleving is om die jongeren erbij te blijven betrekken. Om hen niet publiekelijk te kleineren, te ontmenselijken. Dat doen genoeg andere mensen al. Een betrokken leider probeert ervoor te zorgen dat bevolkingsgroepen niet verder van elkaar af drijven, zich niet nóg meer tegen elkaar keren. Rutte doet het tegenovergestelde. Zijn idee van leiderschap is de dingen nog meer op de spits drijven.

Met zijn pathetisch transparante pogingen niet-elitair over te komen, door zich fulminerend in sociale-media-reaguurderstaal voor te doen als een van de mensen die hij probeert te paaien, stookt hij het vuurtje nog eens extra op. Als hinderlijke jongeren daardoor nog hinderlijker worden, komt hem dat goed uit, want dan kan hij weer ‘ferme taal’ uitslaan en nog meer zieltjes winnen. Je zou gaan denken dat hij het erom deed.

Amateuristisch denkwerk
Het handelen en de uitspraken van Rutte getuigen van chronisch amateuristisch denkwerk. Dat was ook te zien in het tv-programma Zomergasten. Met de keuze voor een concertfragment van De Toppers wilde hij uitstralen dat hij dicht bij ‘het volk’ staat. Dat, én de nadrukkelijk in de camera gerichte mededeling dat er op VVD-soirees écht al twintig jaar geen dixieland-jazz meer wordt gedraaid, moet hem straks de verkiezingsoverwinning bezorgen. O ja, en zijn welgemeende excuses voor het niet inlossen van een handjevol beloften…

Het is zo tenenkrommend doorzichtig allemaal. Net als zijn ingestudeerde reactie op beelden van Turkse Nederlanders die een journalist belaagden en maanden ‘op te rotten.’ De povere respons van Rutte: ‘Rot zelf op. Pleur op.’

Allerlei andere mensen, waaronder bijvoorbeeld ook – eerlijk is eerlijk – leliewitte voetbalhooligans, noemt hij met regelmaat ‘tokkies.’ Zal hij weten dat Tokkie een familienaam is en dat het voor mensen die zo heten pijnlijk is dat hun naam als synoniem voor ‘aso’ wordt gebruikt? Als hij dat, als leider van het land, niet weet, is hij wereldvreemd en toch niet zo geïnteresseerd in de échte ‘gewone man’ als hij veinst te zijn. En als hij het wél weet en er desondanks voor kiest mensen ‘tokkie’ te noemen om hen te denigreren, is hij een gevoelloze verwaande kwast.

Ordinair gekijf
Hoe dan ook vind ik bepaald taalgebruik van zijne excellentie ordinair, op het vulgaire af. Van de ‘gewone’ man en vrouw vind ik dat soort opmerkingen misschien niet per se ordinair, maar van een minister-president per se wel.

Je hoeft geen blad voor de mond te nemen, je mag de dingen bij de naam noemen en mensen zeggen waar het op staat, maar dat kun je ook doen zonder hen naar de pleuritis te sturen, hen uit te schelden en hun afkeuringswaardige taalgebruik te spiegelen. Dat heet de eer aan jezelf houden, en de dialoog openhouden. Het is basispsychologie.

Maar als je weet dat je met bepaalde bewoordingen mensen kwaad kunt maken en dat ze zullen terugschelden, en je laat je als minister-president, of zelfs maar als volwassen man, toch verleiden tot scheldpartijtjes met hangjeugd, dan ben je niet gericht op verbinding en oplossing, maar gewoon uit op ordinair gekijf. Dan laat je je, net als de ‘tokkies’ en het ‘tuig’ dat mag ‘oppleuren’, regeren door je emoties. En een premier die dat standaard doet, en in de Tweede Kamer trots zegt dat te zullen blijven doen, toont zich een vulgaire hansworst, categorie dat schele keffende YouTube-hondje met het feesthoedje en de halve erectie op die eenwieler, minus het hilarische.

Ongeschminkte vrienden
Over hansworsten gesproken. Er was nog dat Zwarte Piet-debacle, toen Rutte in zogenaamd Engels vertelde dat zijn ‘blek frents in se nèserlènts entils’ altijd blij zijn als het Sinterklaas is, want ze hoeven zich niet zwart te schminken om de knecht van de witheiligman te spelen. Het is duidelijk: ook in deze discussie kiest hij ervoor om slechts premier van een select gezelschap te zijn en weigert hij te bemiddelen tussen groepen om tot oplossingen te komen.

Ik wil weten wie die zwarte Antilliaanse vrienden van Mark Rutte zijn. Namen en foto’s graag. Want ik geloof er geen snars van dat ze bestaan. Rutte liegt en zwatelt een eind weg, en wel op zo’n doorzichtige, ongeloofwaardige manier, dat ik er plaatsvervangende schaamte van krijg.

Verder bestaat het vermoeden dat hij president Barack Obama niet heeft laten verwelkomen door Zwarte Pieten, die iconische steunpilaren van de Nederlandse cultuur – terwijl hij daar vast wat Antilliaanse vrienden voor had kunnen charteren. Had hem wat vliegtickets gekost, maar wel schminkgeld bespaard. Het is tenslotte crisis. Ik denk mee.

Elitebelangen
Moeilijk voor te stellen dat Mark ‘pleur op’ Rutte historicus is. In bepaalde opzichten is hij uiteraard wel degelijk boekenslim, maar weer niet gevoelsslim. De minister-president van ons land, een typisch product van de elitaire bovenlaag, is een anti-intellectuele quasi-intellectueel. Een on-filosofische non-denker. Een schaamteloos schmierende melodrama-acteur met empathiebeperking. Oftewel een cynische populist die schijnbaar gewetenloos de belangen van de elitaire bovenlaag dient.

Hij dient die elitebelangen onder meer door de niet-elitaire middenlaag en de anti-elitaire onderlaag tegen elkaar op te zetten. Daarmee verstevigt hij rangen, standen en scheidslijnen, en dat is, jawel, vooral voor de bovenlaag voordelig.

Onderbuiktournee
Het is een verachtelijke tactiek: likken naar boven – ‘boven’ is iedereen, elite én klootjesvolk, die Rutte en de zijnen in het zadel kan houden – en trappen naar beneden. Als ‘het volk’ niet zo verdraaid gemakkelijk te bedotten was, zou ik premier Pleur Op complimenteren met zijn vernuft. Maar het is duidelijk dat er niet veel echt vernuft nodig is om een verward land te ringeloren. Zelfs Rutte kan het, met zijn emotionele schraalte en de diepgang van een slonzig laagje Zwarte Pietenschmink. Waarschijnlijk zijn het juist die kenmerken die van hem weliswaar een waardeloos acteur, maar ook een succesvol manipulator maken.

Premier van ons allen, ammehoela. Als de pleurisuitbraak die hij tijdens zijn verkiezingstournee langs de Nederlandse onderbuiken zo achteloos aanwakkert, niet nog verder uit de hand loopt, zal dat niet aan hem te danken zijn; zoveel is duidelijk.

Tasio Ferrand © 14 september 2016

Naschrift 15 september 2016: Daags na het plaatsen van bovenstaande blog werd ik geattendeerd op een NOS-artikel van 6 juni 2016 met de titel Rutte belooft Tokkie om af te zien van ‘tokkie’ – Rutte heeft iemand met de achternaam Tokkie schriftelijk beloofd zijn naam niet meer te gebruiken als synoniem voor aso, nadat de meneer in kwestie hem dat per brief had verzocht.

Advertenties