Tags

, , , , , , , , , ,

slavernijmonument 01aa

Nationaal monument slavernijverleden, Oosterpark, Amsterdam. Ontwerp: Erwin de Vries, 2002

Toen in 2002 het nationaal monument ter herdenking van de afschaffing van de slavernij geïnstalleerd werd in het Amsterdamse Oosterpark, kwam er veel commentaar. Eén bekende Nederlander – ik noem geen namen (Marc-Marie Huijbregts) – schreef toen in een column in Het Parool dat hij niet begreep waarom hij via zijn belastingcenten mee moest betalen aan een slavernijmonument. Hij schreef dat er niet bewezen was dat er in zijn familie slavenhouders waren geweest, dus dat hij zich nergens schuldig over hoefde te voelen.

Rollen en kaarten
Als het om een monument gaat waar wij Nederlanders onze oorlogsslachtoffers herdenken, heeft iedereen er ontzag voor en betaalt zonder morren mee aan ceremonies, bloemenkransen en een nieuwe zwarte hoed voor de koningin. Maar als het om een monument gaat ter nagedachtenis van vroegere misstanden waar Nederlanders niet de slachtoffers maar de daders waren, zijn de poppetjes aan het dansen. Dan roept men dat men niet wenst mee te betalen aan een monument, dat nazaten van slaven zich niet moeten aanstellen en er nu maar eens over moeten ophouden. En wie er niet over ophoudt, wordt verweten ‘in de slachtofferrol’ te zitten en ‘de racismekaart’ te trekken.

Wie, om anderen de mond te snoeren, die inmiddels danig groepsgewijs verkrachte clichés bezigt, is zélf degene die in de slachtofferrol kruipt en de racismekaart-kaart speelt. Dat is saai, vermoeiend en nutteloos. Ga eens in op wat mensen zeggen, in plaats van hen weg te zetten als komedianten en intriganten.

De Trans-Atlantische slavenhandel is het grootste trauma in de geschiedenis van mensen van Afrikaanse afkomst, en het westerse kolonialisme heeft zowat de hele wereld een trauma bezorgd. Wie dat ontkent snapt volgens mij weinig van oorzaak en gevolg.

Plaggenhutten
Er zijn nog steeds mensen die roepen dat ze niets te maken hebben met de slavernij omdat er in hun familie geen slavenhouders zijn geweest. Dan zijn er mensen die melden dat hun betbetovergrootvader ook als horige van een rijke landeigenaar zijn leven in een plaggenhut had gesleten ‘en daar hoor jij mij toch ook niet over zeiken?’

Dat zijn vaak ook de mensen die zeggen: ‘Als je slavernij zo erg vindt, doe dan wat aan de slavernij die er nu nog steeds in de wereld is, in plaats van te janken om wat je voorouders eeuwen terug hebben meegemaakt.’

Alsof je niet allebei tegelijk kunt doen.
Alsof het bespreken van het slavernijverleden niet bijdraagt aan het bestrijden van hedendaagse slavernij en andere onrechten.
Alsof mensen geen recht hebben om te herdenken wie en wat ze willen herdenken.
Alsof slavernij en het daarbij horende institutionele racisme geen langdurige invloed hebben gehad op mens en maatschappij.

Wie wil meepraten over deze complexe zaken, dient zich te verdiepen in de materie. Reflexmatig roepen dat het jou niet aangaat, getuigt niet alleen van onwetendheid en onwil, maar ook van een gebrek aan empathie. Een samenleving zonder empathie vervalt in hardvochtigheid en polarisatie.

Als men de plaggenhutbewoners van weleer zou willen herdenken, zou ik dat respecteren. Ik zou meebetalen aan een plaggenhutmonument omdat ik begaan ben met al mijn landgenoten en onze gedeelde geschiedenis. Ik zou in ieder geval niet gaan roepen dat de plaggenhutherdenking slachtoffergedrag is en dat mensen zich niet moeten aanstellen. Vooral niet als nazaten van plaggenhutbewoners nog steeds achtergesteld werden en nog altijd als minderwaardig werden gezien.

Weerstand
De weerstand die sommige witte mensen tegen de racismediscussie hebben is deels een vorm van ageren tegen het idee dat ze zich schuldig zouden moeten voelen over het slavernijverleden. Dat is jammer, want de blanke Nederlanders van nu hoeven zich wat mij betreft helemaal niet schuldig te voelen voor de slavenhandel. Dat is een belachelijk idee.

Tegelijkertijd realiseer ik me dat die weerstand een onderdeel is van het blanke trauma, want ook blanken hebben een tik van de koloniale molen gekregen. Het is voor veel mensen in normale omstandigheden al niet makkelijk om allerlei emoties te hanteren, laat staan als er druk wordt ervaren om ‘het allemaal goed te doen.’ Het zou handig zijn als we – wit, zwart en iedereen daartussenin – dat niet uit het oog verloren.

Als we de strijd met onze maatschappelijke demonen willen winnen, zullen we rekening moeten houden met de ingewikkelde menselijke psyche en de trauma’s. Niet alles is ratio, niet alles is rationeel te maken. Niets is volkomen objectief.

Bewustzijn
Natuurlijk hebben blanken van nu geen schuld aan wat hun voorouders hebben gedaan. Maar de blanke die dat als reden gebruikt om de ogen te sluiten voor scheve verhoudingen, schuift de verantwoordelijkheid voor de hedendaagse samenleving van zich af. En als je vindt dat je voorouders verantwoordelijk waren voor de tijd waar zij in leefden, is het tegenstrijdig om te vinden dat jij geen verantwoording draagt voor hoe het er in jouw tijd aan toe gaat.

Een eeuwenlang in stand gehouden systeem van institutioneel racisme is niet zomaar ontmanteld, zeker niet op emotioneel en intermenselijk vlak. Men moet inzien en accepteren hoe groot de invloed van de koloniale tijd en de slavenhandel op de hele wereld is geweest. Men moet begrijpen hoe omvangrijk en complex dat collectieve trauma werkelijk is en bereid zijn aan heling van het collectief te werken, in het belang van iedereen. Het gaat dus, nogmaals, niet om schuld, maar om bewustzijn. (Tekst gaat onder de afbeelding verder.)

zp_Efteling01

De verbeelding van Afrikanen in pretpark De Efteling

Reine geesten, zieke geesten
Een goede illustratie van gebrek aan bewustzijn is misschien wel de volgende Facebook-reactie van iemand die zich stoort aan de discussie over kannibalenpoppetjes en stereotype Chinese poppetjes in sprookjespretpark De Efteling:

”Het ziet er inderdaad erg choquerend uit. De kindertjes met een reine geest hebben daar geen last van. Het zijn vooral de ”grote kleine kindertjes” met een zieke geest die zonodig 400 jaar terug in de tijd gaan en zodoende van een onschuldig poppetje met een ring door hun neus en een zwarte piet een waar monster maken… Triest weer dit.”

Pas echt triest is het dat ‘reaguurders’ als deze het verband tussen het een en het ander niet lijken te (willen) snappen.

Als we blanke kinderen eens níét lieten opgroeien met stereotypen en denigrerende beelden, zouden ze misschien wat langer een reine geest hebben. Dan zouden ze later wanneer ze volwassen zijn donkere mensen wellicht zien als mensen – niet als paljassen, komedianten of lachwekkende poppetjes die je niet serieus hoeft te nemen, maar als ménsen – met gevoelens en rechten, als gelijken die het recht hebben mee te praten over de manier waarop ze afgebeeld en behandeld worden. Kinderen die niet opgroeien met stereotyperende en denigrerende beelden, zullen wanneer ze groot zijn donkere mensen misschien minder achteloos wegzetten als ‘grote kinderen’ met ‘zieke geesten.’

Want de mensen die dat soort laatdunkende dingen roepen, en zij die beweren niet racistisch te zijn maar wel in één adem door racistische of denigrerende dingen zeggen, zijn allemaal opgegroeid met Zwarte Piet en zwarte Efteling-poppetjes met ringen door de neuzen. Het valt dus te betwijfelen of die karikaturale beelden en de minachtende woorden die ze hun ouders over zwarten hoorden zeggen inderdaad geen negatief effect op hun reine geesten hebben gehad. Je kunt je afvragen wie nu daadwerkelijk het grootste hardhorende en stampvoetende ‘grote kleine kind’ is, en wiens geest nu eigenlijk echt verziekt is.

Soepschenken
Blanke Nederlanders zullen eraan moeten wennen dat hun land door de daden en keuzes van hun voorouders nu ook het land is van niet-blanke mensen. Ze zullen eraan moeten geloven dat het handelen en de ideeën van hun voorouders het heden nog steeds beïnvloeden. En zwarte mensen zullen er rekening mee moeten houden dat de gewenning van witte mensen aan die realiteit een langdurig, moeizaam, frustrerend en pijnlijk proces zal zijn, en dat de zaak het beste gediend is als ze geduld blijven opbrengen en vooral tactisch handelen. Voortvarend doorpakken, uiteraard, want er is in sommige opzichten sprake van een noodsituatie, maar wel doorpakken met beleid.

Die bekende Nederlander van wie ik de naam niet noem (Marc-Marie Huijbregts) zag ik een aantal jaren na die column eens bij een soort bewustmakingscampagne soep schenken voor nazaten van slaven tijdens Keti Koti, de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij. Hij lijkt dus inmiddels anders tegen de zaak aan te kijken.

Hoewel ik hem nooit meer over de slavernij heb horen praten, zie ik zijn soepschenken op Keti Koti als een uiting van voortschrijdend inzicht. Zijn reflexmatige column in Het Parool zij hem vergeven. Vergeten kan ik het schrijfsel niet, maar na zijn handreiking, gedaan in de schaduw van dat monument waar hij eerder niet aan wilde meebetalen, kan ik mijn ergernis over zijn vroegere onwetendheid en gevoelloze toon wel loslaten.

In deze discussie zullen alle partijen zichzelf soms tot kalmte moeten manen en bereid moeten zijn te vergeven en handreikingen te doen. Alle partijen moeten een dieper inzicht in de al dan niet reine geesten van de andere partijen zien te krijgen. Anders zullen we elkaar tot het einde der tijden blijven bejegenen als dolle poppetjes in een bizar horrorsprookjespark.

Tasio Ferrand © 11 juli 2016

Meer informatie over het slavernijmonument:
http://ninsee.nl/Nationaal-slavernijmonument
http://www.buitenbeeldinbeeld.nl/Amsterdam_O/Slavernij%20monument.htm

Advertenties